
Wanneer niet met stro wordt gewerkt, bevindt de ligruimte
zich best aan de buitenkanten van een hok. De zeugen leggen zich dan parallel,
met de staarten naar de muur en de kop naar de afdeling. De zeugen maken
van nature in grote hokken een onderscheid tussen ligruimte, eetruimte
en mestruimte. Dit wil echter niet zeggen dat er geen zeugen zijn die
zich alsnog op de rooster leggen. Grote ligruimtes worden bovendien best
in compartimentjes verdeeld met behulp van afscheidingen. Soms lijken
de zeugen wel sardientjes in een blik… |