home pagina KVLT KVLT
Organisatie Projecten
subNav  

Omschakelen naar groepshuisvesting bij drachtige zeugen

De verschillende groepshuisvestingssystemen: AD LIBVOEDERING

1. Algemene bespreking (bron: naar Suzy Van Gansbeke)

1.1. Groepsgrootte
De groepsgrootte is bij onbeperkte voedering niet beperkend. Het is zowel geschikt voor stabiele als voor dynamische groepen geschikt en de groepsgrootte kan variëren van 6 tot 40 of meer zeugen per hok. Per 8 à 12 zeugen is een voederbak vereist.

1.2. Het voedersysteem
Het voedersysteem bij onbeperkte voedering bestaat uit eenvoudige voederbakken. Het is dan qua investeringen ook veruit het goedkoopste systeem. De variabele kosten, voederkosten, kunnen echter wel hoog oplopen doordat de zeugen meer voeder zullen opnemen.
Opdat die meeropname niet zou leiden tot overmatige vervetting, bevat een ad libvoeder meer vezels en bulk, waardoor sneller een verzadigingsgevoel optreedt. Dergelijk voeder kan daarbij aanleiding geven tot dunnere mest en overmatige hokbevuiling. Verdere aanpassingen aan het ad libvoeder zijn gewenst.
Drinken en eten moeten ver uiteen liggen. De richtlijn bedraagt minstens 6 meter. Dit kan problemen geven naar de hokinrichting toe.

1.3. Opstelling in de stal
Vooral geschikt voor renovatie.

1.4. Belangrijkste voor- en nadelen

1 .4.1. Voordelen

  • Rust in de stal
  • Zowel voor stabiele als dynamische, grote en kleine groepen
  • Eenvoudig systeem, geen computerwerk
  • Goedkope investeringen

1.4.2. Nadelen

  • In grote dynamische groepen is het moeilijk zeugen terug te vinden
  • Hogere voederkost
  • Soms moeilijk om de conditie op het juiste peil te houden. Continue bijsturing van de voederbakken en de samenstelling van het voeder is noodzakelijk. Niet alle zeugen zijn even geschikt.

2. Vaststellingen op praktijkbezoek
Er werden met de stuurgroep 2 praktijkbezoeken volbracht. We deden enkele merkwaardige vaststellingen…

2.1. Bezoek 1

2.1.1. Algemeen

Een eerste keer vonden we het onbeperkt voedersysteem terug in een nieuwbouw zeugenstal met 250 zeugen. Deze zeugenhouder werkt met zeugen die 4 à 5 weken na het dekken in stabiele groepjes van 10 zeugen gehuisvest worden. Reeds 2 jaar is de nieuwe stal in gebruik en bij het omschakelen waren er nogal wat zeugen die uitvielen omwille van pootproblemen. Nochtans heeft onderzoek uitgewezen dat zeugen langer meegaan met het ad libsysteem. Er zouden minder beenwerkproblemen zijn door meer rust in de stal. Bovendien zijn de technische resultaten vergelijkbaar met de andere systemen.

2.1.2. Hokindeling
De hokken meten 7,5 x 3 meter en zijn op dit moment nog volledig met volroosters uitgerust. In de toekomst zal hier ook het verplichte aandeel dichte vloer ingebouwd worden. De zeugenhouder denkt er dan aan om ofwel ieder hok individueel aan te passen of 2 hokken samen te voegen.
Wanneer hij kiest om 2 hokken samen te voegen is de ruimte volgens de stuurgroep beter in zones verdeeld. Nu is de voederbak vooraan tegen de gang opgesteld en de drinkbak achteraan in het langwerpige hok. De richtlijn bij ad libitum voederen zegt immers dat de voederbak minstens 6 meter moet verwijderd staan van de drinkbak. Deze richtlijn heeft een verlaging van de totale voederopname tot gevolg omdat de etende zeugen regelmatig de afstand van 6 meter moeten overbruggen om te gaan drinken. Maar door het feit dat hier de drinkbak zo ver mogelijk van de voederbak is geplaatst, zijnde 7,5 meter, is er in het hok nergens een echte rustplaats voor de zeugen. In het gehele hok is er immers verkeer, want de breedte bedraagt slechts 3 meter.
Wanneer 2 hokken samengevoegd worden, bedraagt de breedte vooraan 6 meter. De hokindeling bij kleine groepen is niet eenvoudig te bepalen. Het is beter diepe, smalle hokken in te richten dan vierkante. Wanneer de groepen bestaan uit 7 à 8 zeugen is er weinig ruimte en dient men, vooral bij het ad libitum en semi-ad libitumsysteem te overwegen om groepen van 2x7 of 2x8 zeugen te vormen. Er ontstaat dan meer ruimte en de zeugen kunnen de verschillende zones beter onderkennen. Naast het voedersysteem moet dus ook aandacht besteed worden aan de vorm van het hok en de plaats van de oppervlakte dichte vloer en rooster in het hok. Deze keuzes zijn van belang voor de properheid van en de rust in de hokken.

2.1.3. Groepsvorming
De varkenshouder probeert zoveel mogelijk groepen te vormen van dezelfde leeftijd maar mengen van zeugen met verschillende worpnummers is volgens hem ook geen probleem. Jonge zeugen passen zich trouwens gemakkelijker aan dan oudere zeugen. Bij oudere zeugen zijn er meer rangordegevechten.

2.1.4. Het welzijnsvoeder
Het voeder is cruciaal in de werking van het ad libitum voedersysteem. Niet enkel de samenstelling is van belang, ook de vorm speelt een rol. De bezochte zeugenhouder is sinds 3 maanden overgeschakeld van korrelvoeder naar kruimelvoeder. Het gaat over hetzelfde product, maar met een andere vorm. Met kruimelvoeder kan men de bakken beter afstellen, waardoor de porties verkleinen. Het gevolg is dat de zeugen minder voeder vermorsen en de conditie beter kan gestuurd worden. Kruimelvoeder is wel minstens even duur als korrelvoeder omdat de kruimels oorspronkelijk korrels zijn die gebroken worden. De kruimels moeten ook constant van samenstelling zijn, omdat anders weer problemen met het afstellen optreden.
Over de samenstelling van het ad libvoeder zal de komende maanden en jaren nog veel gezegd en geschreven worden. Met conventioneel voeder zullen de zeugen te sterk vervetten. Men moet dus zoeken naar een voeder met een lagere energiewaarde en een hoge waterhoudende capaciteit om een verzadigingsgevoel te bewerkstelligen. Zo’n voeder kunnen we een welzijnsvoeder noemen.
Grondstoffen met een hoge waterhoudende capaciteit zijn bijvoorbeeld tarwegries, bietenpulp en sojahullen. Bietenpulp heeft als nadeel plakkerige mest te veroorzaken, tarwegries is dan weer te laxerend.
In tegenstelling tot wat sommigen denken geeft stro geen verzadigingsgevoel. Gehakselde maïs geeft dat wel, maar heeft extreem dikke mest tot gevolg.
Spijtig genoeg had de zeugenhouder geen idee van het totale voederverbruik van de zeugen. Wel wist hij dat de productieresultaten ten opzichte van vroeger gelijk gebleven waren.
Opvallend was de conditie van de zeugen. In dit bedrijf werd ons al duidelijk dat dit systeem niet noodzakelijk te vette zeugen geeft. Dat is alvast één vooroordeel dat we aan de kant kunnen schuiven. Er waren zeugen die wat te mager waren en af en toe moest een zeug zelfs uit de groep verwijderd worden om bij te voederen.

2.1.5. Het mestprobleem
Dikke en kleverige mest zijn ook problemen die vaak gehoord worden bij het onbeperkt voederen. De samenstelling van het voeder (ruwe celstofgehalte en keuze van de grondstoffen) zijn hier niet vreemd aan. Een voldoende grote mestdoorlaat is bij ad libitum nodig.

2.2. Bezoek 2

2.2.1. Ook voor grote dynamische groepen!
Dat het onbeperkt voedersysteem ook toepasbaar is bij grote groepen bewees ons tweede bezoek. De zeugen waren hier verdeeld in 4 hokken van elk 40 à 50 zeugen.
De zeugenhouder is tevreden over de groepsgrootte maar bedenkt zelf dat kleine groepjes nog gemakkelijker zou werken. Hij scant de zeugen een tweede maal in de groep en het uithalen van zeugen om naar de kraamstal te verhuizen, vergt ook telkens wat zoekwerk. Hij werkt immers met een éénwekensysteem en het duurt 3 weken eer een hok volledig volzet is. Voorlopig blijven de gelten nog in individuele boxen en komen pas na de eerste worp in de groep.

2.2.2. Opname beperken door smakelijkheid aan te passen
Zeer verrassend was dat het voederverbruik van de zeugen slechts 1080 kilogram per zeug per jaar bedroeg. We hadden wel gezien dat de zeugen zeker niet te vet waren, maar dat het voederverbruik maar lichtjes hoger was ten opzichte van bestaande stalsystemen hadden we toch niet verwacht. De voederkost zal in dit bedrijf dus niet veel hoger liggen dan in andere bedrijven. De reden hiervan was tweeërlei. De voederbakken stonden hier heel scherp afgesteld en het water bevond zich ver van de voederbak. Daarenboven voederde deze zeugenhouder een ad libitumvoeder (waarin luzerne verwerkt was) dat blijkbaar niet heel smakelijk was voor de zeugen.
De zeugenhouder voedert korrelvoeder. Omdat de voederbakken zo krap afgesteld staan mag de vorm van de korrels niet veranderd worden, anders geeft dit problemen met de dosering.

3. Foto’s

Klik hier voor een fotoboek over ad libvoedering


Wil je terug naar de vorige pagina , klik dan op onderstaande knop "beginpagina-info over groepshuisvestingssystemen".

Door een klik op de knop "home groepshuisvesting", verschijnt het beginscherm van deze site over groepshuisvesting bij drachtige zeugen.

Naar top

 

KVLT - Kleinhoefstraat 4 - 2440 Geel
Tel: 014/56.23.27 - FAX: 014/56.23.31
info: kvlt@khk.be