home pagina KVLT KVLT
Organisatie Projecten
subNav  

Omschakelen naar groepshuisvesting bij drachtige zeugen

De verschillende groepshuisvestingssystemen: DROPVOEDERING

1. Algemene bespreking (bron: naar Suzy Van Gansbeke)

1.1. Groepsgrootte
Bij het dropvoedersysteem worden de zeugen tegelijkertijd in groep gevoederd. Daarom is het noodzakelijk dat de zeugen in de groep zoveel mogelijk op elkaar afgestemd zijn. Zeugen van dezelfde leeftijd, worpnummer en conditie dienen samengebracht te worden in één hok. Eventueel dient men het overschakelen naar bijvoorbeeld het twee-, drie-, vier-, vijf- of zevenwekensysteem te overwegen. De dekgroep wordt dan groter, hetgeen meer mogelijkheden biedt naar de splitsing in uniforme groepjes toe. De groepsgrootte kan variëren van 6 tot 18 zeugen. Zelfs grote groepen op stro zijn mogelijk.

1.2. Het voedersysteem
Tijdens het voederen staan de zeugen op een rij, van elkaar gescheiden door korte afscheidingen (ongeveer met een lengte van een halve meter). Deze tussenschotten zorgen ervoor dat dominante zeugen geen twee plaatsen bezet kunnen houden. Het voeder “druppelt” tegen een bepaalde snelheid in de trog (best eetsnelheid, namelijk 80 à 120 g per minuut), waardoor de zeug gefixeerd blijft op dezelfde plaats en verjagen of verjaagd worden tot een minimum herleid wordt.
Het droppen geschiedt door een voederdosator en een vijzel. Watergift gebeurt in de trog en/of via een drinkbakje boven de rooster.

1.3. Opstelling in de stal
Het dropvoeder systeem is geschikt voor nieuwbouw en renovatie. De bestaande voederdistributie kan in vele gevallen terug benut worden. Als de ruimte onder de trog en tussen de afscheidingen in aanmerking komt als dichte vloer volstaat bij een eetbreedte van 0,50 m per zeug een dichte vloer achter de afscheidingen van 2 meter diep. De roostervloer dient dan nog 1,90 meter diepte te bedragen. Eventueel kan in elk hok een afscheidingsbox voorzien worden (waarin de zeugen zich volgens de wet in moeten kunnen omdraaien). Voor het verplaatsen van de zeugen is het handig wanneer de roostervloer aan de dienstgang grenst. Dat betekent dan wel dat de eetplaatsen aan de muur geplaatst worden en de afstelling van de dosators binnen het hok moet gebeuren.
Om de groepsgrootte aan te passen, kunnen de groepsgrootte tussen de hokken zo worden uitgevoerd dat ze verplaatsbaar zijn of kunnen scharnieren.

1.4. Belangrijkste voor- en nadelen

1 .4.1. Voordelen

  • Het systeem is eenvoudig en geschikt voor nieuwbouw en renovatie.
  • Controle tijdens het voederen
  • Kleine groepen zijn gemakkelijk te overzien

1.4.2. Nadelen

  • Voedersysteem is relatief duur
  • Zeugen die tijdens het voederen van plaats veranderen geven aanleiding tot meer agressie. Er kan een verschil zijn in opnamehoeveelheid.
  • De voedersnelheid zou moeten aangepast zijn aan de gemiddelde opnamesnelheid. Bij groepssamenstelling moet rekening gehouden worden met het temperament.

2. Vaststellingen op praktijkbezoek
Er werd één bedrijf met dropvoedering bezocht.

2.1. Andere hokindeling dan gewoonlijk
Bij de zeugenhouder van ons praktijkbezoek is de indeling anders dan hierboven vermeld. Hier zijn de voederstandjes niet tegen de muur, wel tegen de voedergang geplaatst. De voedertroggen komen dan ook gedeeltelijk onder de hokafscheiding onderuit, zodat bijvoorbeeld vitamines handmatig bijgevoederd kunnen worden. Ontwormen is dan ook mogelijk. In elk hok is naast een rij voederstandjes wel plaats opengelaten om de zeugen gemakkelijk uit de hokken te halen.
De hokafscheidingen zijn ook langer dan de voorgeschreven halve meter. De zeugenhouder vindt dat beter omdat anders het risico bestaat dat een dominante zeug in de hoek door zich schuin op te stellen 2 troggen kan bezet houden. Deze afscheidingen zijn uit beton vervaardigd. De voederplaatsen doen dienst als ligplaats. Zeugen liggen daarbij afgeschermd van de rest. Deze ligplaatsen worden aantrekkelijk gemaakt doordat er vanuit het plafond boven de voedergang koele lucht valt en onder de voedertroggen wordt gezogen. Toch zijn zij door hun beperkte breedte volgens de stuurgroep geen ideale ligplaats voor de zeugen. We stelden vast dat de hokken wat meer bevuild waren, waarschijnlijk omdat de zeugen geen duidelijke indeling konden maken in ligruimte, mestruimte en eetruimte.

2.2. Groepsgrootte
Deze zeugenhouder heeft sinds december 2002 in zijn nieuwe stal 120 zeugen verdeeld in stabiele groepen van 18 zeugen. Hij werkt dus eveneens met een driewekensysteem. Elke stabiele groep van 18 zeugen wordt na het scannen opgesplitst in 3 kleine groepjes van gelijke conditie, zodat per hok 6 zeugen gehuisvest zijn. Ook hier weer biedt het driewekensysteem het selectievoordeel. De keuze voor dropvoedering lag voor de zeugenhouder voor de hand: hij wilde immers een systeem waarbij hij kon controleren tijdens het voederen. Dat dropvoedering een duur systeem is, was geen hinderpaal. Hij heeft ongeveer alles zelf aan zijn zeugenstal ingericht en bespaarde zo vele kosten.

2.3. (platte) Rust
Een zeug verwijderen uit de groep en er later weer inbrengen omwille van bijvoorbeeld een kwetsuur, is volgens de varkenshouder geen probleem. Overdag is er immers veel rust in de groep.
In de literatuur vinden we soms ook dat er een verhoogd agressieniveau is vlak voor het eten. De zeugenhouder beweert echter dat hij op elk moment van de dag in de stal kan komen, de rust blijft bewaard
Het voederen geschiedt op dit bedrijf enkel op zondagmorgen automatisch via een tijdsinstelling, de andere momenten verkiest men zelf het voedersysteem te bedienen en controles uit te voeren. De zeugen worden 2 en soms 3 keer per dag gevoederd. Men zou dit als een nadeel kunnen beschouwen omdat de maag van de zeug in de kraamstal niet zou aangepast zijn aan het op te nemen volume voeder. In de kraamstal gebruikt men echter voorraadbakjes, de zeugen regelen er zelf hun opname en nemen tot 7 kg per dag op!
In de drachtstal is het voedersysteem voorzien van frequentieregelaars. Dit is ook niet standaard voorzien. Zo kan per lijn de tijd tussen twee porties ingesteld worden. Er wordt hierbij éénfasig gevoederd. Bij dit systeem zou de aanleg van een tweede voederlijn de investeringskost serieus verhogen. Gedeeltelijk compenseert men dit door in de dekstal de eerste vier weken van de dracht een ander voeder te voederen.

3. Foto’s

Klik hier voor een fotoboek over dropvoedering


Wil je terug naar de vorige pagina , klik dan op onderstaande knop "beginpagina-info over groepshuisvestingssystemen".

Door een klik op de knop "home groepshuisvesting", verschijnt het beginscherm van deze site over groepshuisvesting bij drachtige zeugen.

Naar top

 

KVLT - Kleinhoefstraat 4 - 2440 Geel
Tel: 014/56.23.27 - FAX: 014/56.23.31
info: kvlt@khk.be