home pagina KVLT KVLT
Organisatie Projecten
subNav  

Omschakelen naar groepshuisvesting bij drachtige zeugen

De verschillende groepshuisvestingssystemen: ELEKTRONISCHE VOEDERVERDELERS

1. Algemene bespreking (bron: naar Suzy Van Gansbeke)

1.1. Groepsgrootte
De vario-mix met dierherkenning is een variant op de vario-mix. Alleen is niet 1 bak per 7 à 8 zeugen vereist, wel 1 bak voor een hok van 25 zeugen. De groepsgrootte is een stabiele groep van 25 zeugen . Ook voor de fitmix is dit het geval.

1.2. Het voedersysteem


1.2.1. Vario-mix met dierherkenning
De vario-mix met dierherkenning en terugslagklep zou beter toelaten om met een relatief eenvoudig en niet-plaatsrovend systeem aan de individuele behoefte van de zeugen te voldoen. Elke zeug heeft een oortransponder en wanneer ze zich aanbiedt bij de bak krijgt ze een kleine portie voeder ter beschikking. Wanneer ze geen tegoed heeft, komt een terugslagklep naar voor om de zeug de toegang tot de bak te ontzeggen. Per zeug kan een voederrantsoen worden ingesteld.


1.2.2. Fitmix
Bij de fitmix heeft elke zeug eveneens een transponder in het oor. Een zeug die de nippel van de fitmix in de muil neemt, krijgt, als ze er nog recht op heeft, voeder. Het voeder wordt door een vijzel via een nippel, rechtstreeks in de muil gebracht. Het voeder is droogvoeder dat gemengd wordt met water, waardoor een soort pasta ontstaat.
Wanneer de zeug de nippel loslaat, stopt de vijzel onmiddellijk met draaien. Door het groter volume van de brij, houdt het verzadigingsgevoel langer stand. In de praktijk wordt het dagrantsoen in verschillende keren opgenomen. Gemiddeld worden 13 bezoeken aan de brijnippel gebracht. Waarvan ongeveer de helft leidt tot effectieve opname.
Bij de eerste fitmix-stations werd nogal wat agressie ter hoogte van de nippel vastgesteld. Dit kwam omdat het vermorste voeder onder de nippel terecht kwam. Dit heeft men opgelost door een schuine plaat onder de nippel te monteren, waardoor het vermorste voeder niet onder de nippel, maar aan de zijkant van de fitmix ter beschikking komt. Enkele dominante zeugen nemen dit vermorste deel (2 à 3 %) op.

1.3. Opstelling in de stal
In het geval van de vario-mix staat de bak in een hoek van het hok opgesteld. Opdat een dominante zeug zich niet voor de voederbak zou leggen, is een anti-ligbeugel aan te raden.

1.4. Belangrijkste voor- en nadelen

1 .4.1. Voordelen

  • Beter aan de individuele behoefte voldoen
  • Geen echt aanleerproces vereist, de zeugen kennen het systeem snel. Vooral in het geval van de fitmix, als de zeugen als big reeds met een drinknippel hebben leren werken.

1.4.2. Nadelen

  • Als de klep niet snel genoeg reageert of niet krachtig genoeg terugkomt bij de vario-mix krijgen dominante zeugen alsnog de kans om het voeder van ranglage zeugen op te eten.

2. Vaststellingen op praktijkbezoek

We volbrachten slechts één praktijkbezoek aan de variant van het vario-mix systeem. We hebben geen bezoek gebracht aan het fitmix-systeem.

We stelden vooral vast dat de dominante zeugen hier met de porties van de ranglage zeugen aan de haal gingen. Wanneer een ranglage zeug zich aanbood, duwde de dominante zeug de ranglage zeug aan de kant en vooraleer de klep terug was, had de dominante zeug de portie opgegeten. De dominante zeug kon de klep ook gewoon tegenhouden. Normaal gezien staat hierop een druk van 8 bar, maar ofwel kon de zeug deze kracht overwinnen, ofwel stond de druk hier te laag afgesteld.
Om duidelijke conclusies te trekken zouden we meer bezoeken moeten brengen.

3. Foto’s

Klik hier voor een fotoboek over elektronische voederverdelers


Wil je terug naar de vorige pagina , klik dan op onderstaande knop "beginpagina-info over groepshuisvestingssystemen".

Door een klik op de knop "home groepshuisvesting", verschijnt het beginscherm van deze site over groepshuisvesting bij drachtige zeugen.

Naar top

 

KVLT - Kleinhoefstraat 4 - 2440 Geel
Tel: 014/56.23.27 - FAX: 014/56.23.31
info: kvlt@khk.be